Nieuws

Verplicht milieubeheersysteem (MBS) voor RIE-bedrijven en bijkomende belangrijke rol voor milieucoördinatoren

15/04/2026

Waar komen de wijzigingen vandaan?

Door de herziening van de Richtlijn Industriële Emissies (RIE) ten gevolge van Richtlijn 2024/1785 van 24 april 2024 (gepubliceerd in het Publicatieblad van de Europese Unie op 15/07/2024) zullen enkele belangrijke wijzigingen doorsijpelen in de Vlaamse milieuwetgeving. De wijzigingsbesluiten voor de omzetting van de RIE werden op 13 maart 2026 voor de tweede keer principieel goedgekeurd door de Vlaamse Regering. De inhoud van deze nieuwsflits kan mogelijks nog wijzigen. De Vlaamse Regering moet het nog definitief goedkeuren waarna het pas wordt gepubliceerd. De uiterste omzettingsdatum is vastgelegd op 1 juli 2026. 

Daarnaast is de IEPR-verordening 2024/1244 in voege gegaan, deze verordening legt enkele bepalingen vast omtrent de rapportage van milieugegevens van industriële installaties en de oprichting van een portaal voor industriële emissies.

De richtlijn en de verordening vullen elkaar aan en hebben als doel om de milieueffecten van industriële activiteiten te reguleren en te monitoren. 

Ondanks de onzekerheid wat betreft de timing van publicatie van de definitieve goedkeuring, zijn er al de volgende vormvereisten vervuld:

  • Publieke consultatie van de ontwerptekst van 17 juli 2025 tot en met 8 september 2025.
  • Principiële goedkeuring van het voorontwerpbesluit op 12 december 2025.
  • Officieel advies ontvangen van de diverse strategische adviesraden (SERV, Minaraad, SALV, VTC). 
  • Op 13 maart 2026 werd het ontwerpbesluit overgemaakt voor advies aan de Raad van State.

Het wijzigingsbesluit bevat o.a. zaken zoals het milieubeheersysteem en strengere vergunningsvoorwaarden gebaseerd op de BBT en BREF.

Door deze wijzigingen wordt de rol van de milieucoördinator uitgebreid naar o.a. het bieden van ondersteuning bij het opstellen en opvolgen van een milieubeheersysteem, dat zal worden opgelegd aan de RIE-bedrijven.

Deze wijzigingen krijgen vorm in de Vlaamse milieuwetgeving via een ontwerpbesluit (wijzigingsbesluit) dat de volgende regelgevingen zal aanpassen: Het DABM, het Omgevingsvergunningendecreet, Titel II en III van Vlarem, het Vlarel en het Milieuhandhavingsbesluit.

Even focussen op de tekst van 13 maart 2026:

Indelingslijst

Door de RIE en IEPR implementatie worden diverse aanpassingen aangebracht aan de indelingslijst (Bijlage 1 van Vlarem II). Hierdoor ontstaan er  o.a. nieuwe GPBV-rubrieken (zoals bv. batterijen en waterstof gerelateerde activiteiten). Installaties die volgens de oorspronkelijke RIE (Richtlijn 2010/75/EU) in Bijlage I vallen en de capaciteitsdrempels van die bijlage overschrijden komen typisch voor in volgende sectoren:

  • elektriciteitscentrales en grote verbrandingsinstallaties (> 50 MWth),
  • raffinaderijen,
  • chemische industrie, metaalproductie,
  • cement, glas, papier, hout, enz.,
  • afvalverwerking (verbranding, storten),
  • droogkuis-activiteiten met oplosmiddelen,
  • TiO₂-productie, 

Door de hernieuwde RIE zijn aanvullende sectoren bij het oorspronkelijk toepassingsgebied gevoegd:

  • Grootschalige intensieve veehouderijen, vooral varkens- en pluimveebedrijven  met uitsluiting van organische of extensieve landbouwsystemen
  • Mijnbouw (non‑energy minerals) boven 500 ton productie per dag 
  • Grootschalige batterijproductie

De verplichting tot decretale milieuaudit wordt afgeschaft en vervangen door het verplicht opzetten van een milieubeheersysteem voor bepaalde klasse 1-inrichtingen. De inrichtingen voor wie dit van toepassing is, worden aangeduid met de letter ‘M1’ of ‘M2’ in de zesde kolom in de indelingslijst:

  • M1: Dit zijn GPBV-installaties die omwille van de RIE over een milieubeheersysteem moeten beschikken (dit zijn tevens IEPR-plichtige bedrijven). Dit milieubeheersysteem moet geauditeerd worden door een externe auditor die moet nagaan of het milieubeheersysteem en de uitvoering ervan conform de Vlarem-vereisten is. Voor deze groep bedrijven, zal extra rapportering moeten gebeuren via het IMJV.
     
  • M2: Alle andere klasse 1 bedrijven met verplichting tot aanstellen milieucoördinator (aangeduid met letter A of B in de vijfde kolom van de indelingslijst) hebben de verplichtingen van een milieubeheersysteem, maar zonder de verplichting tot uitvoeren van een externe audit. Het milieubeheersysteem moet jaarlijks beoordeeld worden in het jaarverslag van de milieucoördinator.

Voor bovenstaande bedrijven wordt het hebben van een milieubeheersysteem dus verplicht én een vergunningsvoorwaarde (afhankelijk van de specifieke activiteit en de bijbehorende emissies). Dat betekent dat de omgevingsvergunning vanaf de inwerkingtreding ook de kenmerken van een milieubeheersysteem moet opnemen.

Timing

Inrichtingen die zijn aangeduid met ‘M1’ moeten uiterlijk op 1 juli 2027 beschikken over een milieubeheersysteem en uiterlijk op 1 juli 2028 over een extern geaudit milieubeheersysteem. Het milieubeheersysteem moet driejaarlijks geaudit worden door een externe auditor (BELAC-geaccrediteerde instanties of geregistreerde EMAS-verificateurs). Bovendien moet er jaarlijks in het milieujaarverslag gerapporteerd worden over de vorderingen bij de verwezenlijking van de  milieubeleidsdoelstellingen.

Bedrijven aangeduid met ‘M2’ moeten uiterlijk op 1 juli 2028 beschikken over een milieubeheersysteem en moeten jaarlijks een beoordeling laten uitvoeren van het milieubeheersysteem door de bedrijfsleiding en, in voorkomend geval, door de ondernemingsraad en het comité voor preventie en bescherming op het werk of, bij afwezigheid van die organen, door de vakbondsafvaardiging. Dat gebeurt aan de hand van het jaarlijkse verslag van de milieucoördinator en de taak van de milieucoördinator met betrekking tot het milieubeheersysteem. Deze risicobeoordeling vindt uiterlijk plaats op 31 maart 2028.

Wat houdt het verplicht milieubeheersysteem in?

De verplichting tot invoering van een milieubeheersysteem is opgenomen in het ontwerpbesluit van de Vlaamse Regering dat invulling geeft aan artikel 14bis ‘Milieubeheersysteem’ van richtlijn 2024/1785 van het Europees Parlement en de Raad inzake industriële emissies (geïntegreerde preventie en bestrijding van verontreiniging) en Richtlijn 1999/31/EG van de Raad betreffende het storten van afvalstoffen.

Het milieubeheersysteem moet minstens het onderstaande omvatten: 

  • Milieubeleidsdoelstellingen – gebaseerd op continue verbetering van van de milieuprestaties en de veiligheid van de ingedeelde inrichting of activiteit: 
    • De preventie en het beheer van afvalstoffen
    • Het beheer van grondstoffen & circulaire economie
    • Het optimaliseren van waterbeheer - waterhergebruik
    • Het optimaliseren van energiebeheer – gebruik van hulpbronnen
    • Het optimaliseren van bodembeheer
    • Het optimaliseren van externe veiligheid
    • Het vermindering van de impact op het klimaat
  • De mate van opvolging van de voorstellen en adviezen van de milieucoördinator (het systeem moet aantonen hoe voorstellen/adviezen van de milieucoördinator worden opgevolgd).
  • De doelstellingen en milieuprestatie-indicatoren met betrekking tot belangrijke milieuaspecten (van de relevante milieuprestatie-indicatoren, afgestemd op BBT‑conclusies indien van toepassing).
  • Voor installaties waarvoor de verplichting geldt om een energieaudit uit te voeren of een energiezorgsysteem toe te passen moeten de resultaten – aanbevelingen hiervan opgenomen worden.
  • Maatregelen om doelstellingen te realiseren, inclusief preventieve en corrigerende maatregelen tegen milieurisico’s (als bepaalde onderdelen niet van toepassing zijn, moet dit gemotiveerd worden en, als elementen al bestaan binnen andere regelgeving, volstaat een verwijzing).
    • De omvang en detailgraad van het MBS moeten in verhouding staan tot: de aard van de activiteiten, de complexiteit van het bedrijf en de mogelijke milieueffecten.
    • Jaarlijkse beoordeling: De exploitant moet elk jaar een deskundige, onafhankelijke en objectieve beoordeling uitvoeren van het MBS (interne audit), deze beoordeling is gebaseerd op het jaarlijks verslag van de milieucoördinator. Eerste verplichte beoordeling voor M1-bedrijven moet uiterlijk in 2028 en M2-bedrijven uiterlijk in 2029.

Opstellen van transformatieplannen: het transformatieplan bevat informatie over de manier waarop de exploitant de installatie in de periode 2030-2050 zal transformeren om bij te dragen aan de totstandkoming van een duurzame, schone, circulaire en klimaatneutrale economie uiterlijk in 2050. Dit plan moet deel worden van het MBS en omvat reducties in verontreiniging, stappen richting circulaire economie, maatregelen voor decarbonisatie en het efficient gebruik van hulpbronnen.

Als een exploitant meerdere ingedeelde inrichtingen of activiteiten met een GPBV-installatie beheert, volstaat één transformatieplan voor al die GPBV-installaties. Dat transformatieplan moet per GPBV-installatie voldoende detailniveau bevatten.

Daarnaast zijn er de publicatie- en rapporteringsverplichtingen, zoals opgenomen in de RIE en de IEPR-verordening. In verband met het milieubeheersysteem zal het bedrijf verplicht worden om een openbare beknopte samenvatting te maken van bovenstaande elementen (met de mogelijkheid om confidentiële informatie af te schermen). Concreet moet de openbare samenvatting minstens een publiek toegankelijk document (3–10 pagina’s) bevatten waarin staat:

  • wie ze zijn, wat ze doen.
  • welke milieu‑impact ze veroorzaken.
  • welke stoffen het grootste risico vormen.
  • hoe ze emissies beperken.
  • hoe ze omgaan met (zeer) zorgwekkende stoffen.
  • hoe ze BBT toepassen.
  • hoe ze gaan transformeren richting 2030–2050.
  • hoe ze monitoren, rapporteren en verbeteren.
  • auditstatus (voor M1‑bedrijven).

De verplichte rapportering, zoals opgenomen in de IEPR zal gelden vanaf rapportagejaar 2027. Vanaf 2028 moet het Europese IEPR – portaal aangevuld worden met de gegevens waarvoor België en Vlaanderen Europese rapporteringsverplichtingen hebben. Daarvoor wordt een nieuw portaal opgemaakt.

Vanuit Departement Omgeving zullen bedrijven hierover verwittigd worden met meer info omtrent de nodige rapportering in 2028. Het Integraal Milieujaarverslag (IMJV) zal hiervoor als instrument gebruikt worden. Er werd in oktober 2025 een gebruikersenquête gehouden onder IMJV-gebruikers. De enquête peilde naar ervaringen met het rapporteringsproces en het gebruik van het IMJV-loket in het bijzonder. Heel wat data zullen ook meer openbaar gemaakt worden (bv. Inspectieverslagen van de RIE-bedrijven).

Wat betekent dit voor de milieucoördinator?

Het ontwerpbesluit RIE voorziet geen loutere technische aanpassing van het VLAREL, maar een structurele herpositionering van de rol van de milieucoördinator. VLAREL evolueert van een erkennings- en vormvereistenkader naar een kwaliteits‑ en taakgerichte regeling geïntegreerd in VLAREM II.

In het ontwerpbesluit wordt daarom Afdeling 4.1.9 Bedrijfsinterne Milieuzorg volledig herwerkt. Deze vernieuwde bepalingen verduidelijken wie een milieucoördinator moet aanstellen, welke kwalificaties vereist zijn en welke taken en verplichtingen aan de functie verbonden zijn.

De milieucoördinatoren zullen niet meer als niveau A of B worden aangeduid, maar als van het eerste of tweede niveau

De basisopleiding en de voorwaarden om als milieucoördinator te kunnen worden aangesteld, worden strakker, uniformer en duidelijk gekoppeld aan diploma en beroepservaring:

  • Sterk gedetailleerde diplomavereisten: master, bachelor, graduaat of secundair → telkens gekoppeld aan x-aantal jaar ervaring.
  • Opleidingen gelinkt aan Vlaamse kwalificatiestructuur (niveau 6 en 7).
  • Permanente bijscholing blijft 30 uur, maar de inhoud en documentatieplicht wordt strenger gecontroleerd.

De inhoud van de aanvullende opleiding voor milieucoördinatoren in het VLAREL wordt ook herzien. De inhoud van opleidingen wordt expliciet afgestemd op de nieuwe RIE‑taken in lijn met zorgwekkende stoffen, milieubeheersystemen, milieuprestatie‑evaluatie, handhaving en herstelgericht denken. Daarnaast wordt de inhoud van het eindwerk beter gedefinieerd met praktijktoepassing, analysevaardigheden en rapportering aan bedrijfsleiding. 

Aanvullend zal de erkenning van de milieucoördinator afgeschaft worden. Daardoor zal de milieucoördinator uit het VLAREL geschrapt worden en zullen bepaalde voorwaarden vanuit het VLAREL in VLAREM II opgenomen worden zoals o.a. toepassen van codes goede praktijk, verplichte objectiviteit, onafhankelijkheid, duidelijkheid en uitgebreidheid van documenten die door de milieucoördinator worden opgemaakt, ondertekenen van documenten en het verbod om vertrouwelijke data kenbaar te maken.

Verder zullen afwijkingen en overgangsmaatregelen voorzien worden voor reeds erkende en aangestelde milieucoördinatoren: 

  • Milieucoördinatoren die erkend zijn of een aanvraag m.b.t. erkenning ingediend hebben voor 1 januari 2027: deze kunnen aangesteld blijven voor het niveau waarvoor ze erkend zijn.
  • Milieucoördinator, als werknemer van de exploitant, die de taken van milieucoördinator al uitoefende vóór 4 juli 1996: kan als milieucoördinator aangesteld worden en blijven voor de inrichting of activiteit of milieutechnische eenheid waarin die is tewerkgesteld, alsook voor soortgelijke inrichtingen of activiteiten of milieutechnische eenheden. 

Tot 1 januari 2027 moet een externe milieucoördinator die voor meerdere inrichtingen werkt (zonder één milieutechnische eenheid) erkend zijn volgens VLAREL. 

Mensen met erkenning zullen hun erkenning door de gewijzigde wetgeving niet verliezen. In tegendeel – “Als de verandering van een ingedeelde inrichting of activiteit of de wijziging van de indelingslijst tot gevolg heeft dat een ingedeelde inrichting of activiteit voor het eerst inrichtingen of activiteiten omvat die in de vijfde kolom van de indelingslijst met de letter "A" zijn aangeduid, kan de milieucoördinator die op dat ogenblik is aangesteld voor een inrichting of activiteit die in de vijfde kolom van de indelingslijst met de letter "B" is aangeduid, voor het geheel van de inrichtingen en activiteiten die aan de milieucoördinatorplicht onderworpen zijn, verder aangesteld blijven

Volgens de ontwerpbesluit krijgt het MBS een centrale plaats in de milieuverplichtingen van RIE‑bedrijven.  Het ontwerpbesluit legt vast dat bedrijven die onder de herziene Industriële Emissierichtlijn vallen, moeten beschikken over een formeel milieubeheersysteem. Het systeem wordt een kernonderdeel van de bedrijfsvoering en moet aantonen hoe het bedrijf emissies beheerst en structureel milieuprestaties verbetert. 

De milieucoördinator speelt daarin een nieuwe rol: “8°  als een milieubeheersysteem vereist is, minstens een ondersteunende rol op te nemen om het milieubeheersysteem op te stellen en op te volgen”; de milieucoördinator doet binnen zijn klassieke rol van bedrijfsinterne milieuzorg de uitbouw van het MBS en de opvolging ervan in de praktijk.

De kernopdracht wordt het opvolgen, borgen en verbeteren van het milieubeheersysteem, inclusief interne checks en corrigerende maatregelen . Het wordt dus een doorlopende cyclus volgens het principe “PDCA” (plan-do-check-act) dat bekend is uit de ISO-praktijk en moet gefocust zijn op continu verbeteren. 

Wat betekent dit voor het CPBW?

Het ontwerpbesluit ligt vast ook een formeel rol voor het comité voor preventie en bescherming op het werk (CPBW), waaronder:

  • De exploitant moet de volgende documenten bezorgen: 
  • jaarlijkse milieudocumenten (milieujaarverslag, valideerde milieuverklaring, milieubeleid relevante info)
  • toelichting over middelen die de MC ter beschikking krijgt
  • info over wijzigingen die milieurisico’s kunnen beïnvloeden
  • Het comité moet:
  • adviezen en voorstellen formuleren rond het beleid inzake bedrijfsinterne milieuzorg
  • adviezen en voorstellen formuleren rond milieujaarverslag

Hoe beïnvloed dit omgevingshandhaving?

Het ontwerpbesluit RIE vormt een duidelijke breuk met het klassieke Vlaamse handhavingsmodel. Het handhavingskader is aangepast om milieuschade sneller te beëindigen, herstel van milieukwaliteit centraal te laten staan en sancties beter aan te sluiten bij de ernst, duur en aard van de emissieoverschrijding.

Bevoegd gezag krijgt de expliciete opdracht om onmiddellijke herstelmaatregelen op te leggen prioritair boven geldboetes wanneer milieuschade aanwezig is. Herstel kan: technisch (aanpassing installatie) en/of operationeel (beperken of stilleggen processen) en/of organisatorisch (extra monitoring, MBS‑maatregelen) zijn.

Dit gaat dus:

  • van straffen achteraf naar onmiddellijk herstel en risicobeperking; 
  • van juridische compliance naar milieuprestatie en schadebeheersing
  • van discretionaire herstelmaatregelen naar verplicht en prioritaire herstelgerichte handhaving.

Ondanks de verplichting van moeilijke/zwaardere technische onderbouwing bij afwijkingen of tijdelijke overschrijdingen tot het aantonen dat de maatregelen effectief milieuschade beperken, kan deze wijziging zorgen voor meer transparantie en rapportering: 

RIE‑installaties moeten beter gedocumenteerd, digitaal raadpleegbaar en koppelbaar zijn aan IEPR‑rapportage.

 

Bij MBS

Inventaris zorgwekkende stoffen?

In het kader van het MBS speelt o.a. de inventarisatie zorgwekkende stoffen een belangrijke rol. Daarnaast wordt er een nieuwe afdeling “4.1.14 Zorgwekkende stoffen” opgenomen in VLAREM II. Daarin wordt o.a. het volgende opgenomen: 

  • Zoveel mogelijk beperken van het gebruik van zorgwekkende stoffen, zowel als stof op zichzelf, in een mengsel of in een product door :
    • het voorkomen van zorgwekkende stoffen bij ontwikkeling van nieuwe processen of wijzigingen ervan, 
    • het verminderen van het gebruik verankeren in de bedrijfsprocessen, 
    • veiligere alternatieven te gebruiken als deze er zijn. 
  • Indien zorgwekkende stoffen toch gebruikt worden, min. om de 5 jaar evalueren of deze vervangen kunnen worden en deze evaluatie documenteren 
  • Indien er geen alternatieven zijn of de vervanging niet mogelijk is, moeten er emissiebeperkende maatregelen genomen worden om de uitstoot ervan te minimaliseren + evaluatie van de maatregelen + documenteren. 

Dit wil zeggen dat een goede inventarisatie van de aanwezige producten en emissies ervan, hun samenstelling en screening op zorgwekkende stoffen in bedrijven van groot belang wordt.

HULP NODIG?

De Consultes-experts staan steeds voor u klaar om u en uw onderneming gepast advies te verlenen over zowel milieu-, energie-, preventie- of duurzaamheidsgerelateerde vraagstukken. Contacteer ons via onderstaande contactgegevens.

Tag
Milieu
Milieucoördinator
Mahmud Mohammed Mahmud
Senior milieuconsultant
Alle consultes experten

inschrijven nieuwsflits

vul hieronder uw e-mailadres in om maandelijks op de hoogte te blijven van het laatste nieuws op vlak van milieu en preventie.

Ik heb de privacy verklaring gelezen en goedgekeurd.