Nieuws

Europese wetgeving microplastics: impact op producenten en toeleveringsketens

18/06/2026

De Europese Unie heeft de voorbije jaren haar regelgevend kader rond microplasticvervuiling verder aangescherpt, onder meer via nieuwe regels over het verlies van kunststofgranulaat en een beperking van opzettelijk toegevoegde microplastics in producten. Nu de eerste verplichtingen uit deze verordeningen effectief van toepassing zijn of op korte termijn in werking treden, is het voor ondernemingen belangrijk om tijdig na te gaan welke impact deze regels zullen hebben op hun bedrijfsvoering.

Concreet vertaalt de Europese strategie zich in twee complementaire regelgevende sporen, met operationele en productgerichte verplichtingen. Enerzijds bevat de regelgeving nieuwe verplichtingen om verlies van kunststofgranulaat in de kunststofwaardeketen te voorkomen. Anderzijds gelden beperkingen voor opzettelijk toegevoegde microplastics in producten, met bijkomende informatie- en rapporteringsverplichtingen voor bepaalde industriële toepassingen van synthetische polymeermicropartikels (SPM).

Hoewel beide regelgevingen hetzelfde milieudoel nastreven, verschillen zij fundamenteel in aanpak, toepassingsgebied en timing. Hieronder gaan we nader in op de belangrijkste verplichtingen en aandachtspunten voor ondernemingen.

 

Verlies van kunststofgranulaat voorkomen

Met Verordening (EU) 2025/2365 wil de Europese Unie het verlies van kunststofgranulaat (plastic pellet loss) in het milieu zoveel als mogelijk voorkomen. De verordening introduceert daarvoor een kader van preventie-, controle- en rapporteringsverplichtingen.

 

Toepassingsgebied

De verordening is van toepassing op een brede groep actoren binnen de kunststofwaardeketen:

  • marktdeelnemers die jaarlijks minstens vijf ton kunststofgranulaat hanteren
  • marktdeelnemers die in de EU installaties exploiteren voor het reinigen van containers en tanks voor kunststofgranulaat; 
  • vervoerders die kunststofgranulaat binnen de Europese Unie vervoeren; 
  • partijen die betrokken zijn bij het maritiem vervoer van kunststofgranulaat in vrachtcontainers van of naar havens van lidstaten.

Het begrip "marktdeelnemer" wordt daarbij ruim geïnterpreteerd en wordt in de verordening gedefinieerd als “elke natuurlijke of rechtspersoon die de installatie geheel of gedeeltelijk exploiteert of bezit, of, indien de nationale wetgeving in die mogelijkheid voorziet, aan wie economische beschikkingsmacht over de technische werking van de installatie is overgedragen.”

De verordening richt zich op de volledige toeleveringsketen van kunststofgranulaat. Hoewel zij geen expliciete definitie bevat van het begrip “hanteren”, blijkt uit het overwegende gedeelte dat dit ruim moet worden geïnterpreteerd. Het omvat onder meer productie, recyclage, masterbatch- en mengactiviteiten, conversie, verwerking, vervoer, opslag, verpakking, distributie en andere logistieke handelingen met kunststofgranulaat.

 

Algemene verplichtingen: opleiding, registratie en corrigerende maatregelen

Alle actoren die onder het toepassingsgebied van de verordening vallen moeten kunnen aantonen dat ze voldoende opleiding voorzien over de toepasselijke procedures en preventiemaatregelen. Als een maatregel tekortschiet, moeten zo snel mogelijk passende corrigerende maatregelen worden genomen.

Daarnaast moet er een register bijgehouden worden van de jaarlijkse geschatte verloren hoeveelheden kunststofgranulaat en de totale hoeveelheid kunststofgranulaat die wordt gehanteerd. Deze gegevens moeten gedurende vijf jaar worden bewaard en op verzoek ter beschikking worden gesteld van de bevoegde autoriteiten. 

De verordening erkent evenwel dat momenteel nog geen geharmoniseerde Europese norm bestaat voor de berekening van dergelijke verliezen. Om een consistente en vergelijkbare rapportering mogelijk te maken, voorziet de verordening in de verdere uitwerking van een uniforme methodologie voor de berekening van deze verliezen.

 

Verplicht risicobeheer

De verordening verplicht de marktdeelnemers die onder het toepassingsgebied vallen om voor elke betrokken installatie een risicobeheersplan op te stellen en uit te voeren. Dit plan moet de risico's op verlies van kunststofgranulaat in kaart brengen en aangeven welke preventieve maatregelen worden genomen, zoals de installatie van insluitingsvoorzieningen en de invoering van passende procedures.

Bij de uitvoering van het risicobeheersplan moeten maatregelen worden genomen volgens een duidelijke prioriteitsvolgorde:

  • voorkomen van morsen; 
  • beperken en insluiten van gemorst granulaat om te voorkomen dat het een verlies wordt; 
  • opruimen van verliezen die zich toch voordoen.

Daarnaast zullen zij een verklaring van conformiteit moeten opstellen en deze samen met het risicobeheersplan aan de bevoegde autoriteit bezorgen. Op het ogenblik van schrijven is nog niet duidelijk welke instantie deze rol zal opnemen. De lidstaten moeten hiervoor nog de nodige uitvoerings- en handhavingsstructuren uitwerken. 

Voor kleinere installaties, waar jaarlijks minder dan 1.500 ton kunststofgranulaat wordt gehanteerd, volstaat een actualisatie van deze documenten om de vijf jaar.

 

Bijkomende verplichtingen voor grotere installaties

Voor marktdeelnemers die installaties exploiteren waar jaarlijks minstens 1.500 ton kunststofgranulaat wordt gehanteerd, gelden strengere verplichtingen. Zij moeten jaarlijks een interne beoordeling uitvoeren van de uitvoering van het risicobeheersplan en beschikken over een certificaat waaruit blijkt dat aan de vereisten van de verordening wordt voldaan. Dit certificaat kan slechts worden verkregen na een audit ter plaatse door een onafhankelijke, geaccrediteerde certificeringsinstantie.

De uiterste datum waarop het eerste certificaat moet worden behaald, is afhankelijk van de omvang van de onderneming:

Verplichtingen specifiek voor vervoerders

Naast de algemene verplichtingen met betrekking tot opleiding en bijhouden van een register, moeten zowel Europese als niet-Europese vervoerders kunnen aantonen dat ze maatregelen nemen om verlies van kunststofgranulaat tijdens transport te voorkomen. De te nemen maatregelen zijn specifiek in een bijlage van de verordening opgenomen, en ook hier moet er een prioriteitsvolgorde worden toegepast.

Niet-Europese wegvervoerders moeten bovendien een gemachtigde vertegenwoordiger binnen de Europese Unie aanwijzen voordat zij kunststofgranulaat binnen de Unie vervoeren.

Voor maritiem vervoer gelden specifieke verplichtingen voor het vervoer van kunststofgranulaat in vrachtcontainers. Deze verplichtingen zijn afgestemd op de bijzondere risico's die gepaard gaan met verlies van granulaat in het mariene milieu.

 

Inwerkingtreding

De verordening is op 16 december 2025 in werking getreden. De meeste verplichtingen worden echter pas van toepassing vanaf 17 december 2027, behoudens enkele specifieke uitzonderingen.

 

Bestaande initiatieven en milieubeheersystemen

Sinds begin 2025 zijn voorwaarden met betrekking tot de beheersing van verontreinigingen door kunststofgranulaat in VLAREM II opgenomen. Exploitanten moeten op vandaag dus al enkele wettelijke verplichtingen naleven om verontreiniging door kunststofgranulaat te voorkomen. 

Enkele ondernemingen in de kunststofsector zijn op vandaag ook al aangesloten bij het vrijwillige Operation Clean Sweep® (OCS)-programma en/of beschikken over een OCS Europe-certificering. De verordening sluit inhoudelijk sterk aan bij de principes van OCS, waaronder preventie van pelletverlies, opleiding, interne procedures en incidentbeheer. Een bestaande OCS-certificering kan ondernemingen dan ook een belangrijke voorsprong geven bij de implementatie van de nieuwe verplichtingen. Een dergelijke certificering vormt echter geen automatische garantie op conformiteit met Verordening (EU) 2025/2365, aangezien de verordening bijkomende wettelijke verplichtingen bevat inzake conformiteitsverklaringen, meldingen aan bevoegde autoriteiten en rapportering.

De verordening voorziet wel in bepaalde vrijstellingen voor ondernemingen die beschikken over een erkend milieubeheersysteem. Zo kunnen ondernemingen met een EMAS-registratie worden vrijgesteld van bepaalde certificerings- en kennisgevingsverplichtingen, op voorwaarde dat een erkende milieuverificateur heeft bevestigd dat de vereisten van de verordening in het milieubeheersysteem zijn geïntegreerd en daadwerkelijk worden toegepast. Ook andere milieubeheersystemen kunnen onder bepaalde voorwaarden in aanmerking komen voor dergelijke vereenvoudigingen.

 

Microplasticsrestrictie

Op 27 september 2023 werd de Verordening (EU) 2023/2055 in het Europese Publicatieblad gepubliceerd. Deze verordening wijzigde de bijlage XVII van de REACH-verordening, door het invoegen van een nieuwe beperking (nr. 78). Het betreft een brede restrictie op synthetische polymeermicrodeeltjes (SPM) die op zichzelf worden verkocht of opzettelijk, in een concentratie van 0,01 gewichtsprocent of meer, aan mengsels worden toegevoegd. Bedrijven die deze SPM produceren, importeren en gebruiken hebben verplichtingen volgens de restrictie. 

 

Breed toepassingsgebied

De verordening hanteert een ruime, maar technisch afgebakende definitie van synthetische polymeermicrodeeltjes. Het gaat om vaste synthetische polymeerdeeltjes van beperkte omvang (alle afmetingen kleiner dan 5 mm of lengte van de deeltjes is gelijk aan of kleiner dan 15 mm en de verhouding lengte/diameter ervan is groter dan 3), evenals polymeren die als coating op andere deeltjes aanwezig zijn. 

De regelgeving viseert dus een uiteenlopende reeks producten, waaronder (niet limitatieve opsomming):

  • Cosmetica, vb. exfoliërende crèmes;
  • detergenten en onderhoudsproducten, vb. schuurmiddelen en producten met ingekapselde geurstoffen;
  • speelgoed, vb.  speelgoedslijm met glittereffect, knutselkits met losse glitter, …
  • kunstgrasvelden (infill-materiaal);
  • landbouwtoepassingen, vb. gecoate meststoffen waarbij nutriënten zijn omhuld met een synthetische polymeercoating zodat ze geleidelijk vrijkomen;
  • industriële toepassingen zoals schuur- en polijstmiddelen of bepaalde verf, coatings en inkten.

De datum waarop de restrictie van toepassing wordt, verschilt naargelang de betrokken productcategorie. De verordening voorziet hiervoor verschillende overgangsperiodes, die in sommige gevallen kunnen oplopen tot meerdere jaren.

Bepaalde categorieën, zoals natuurlijk voorkomende niet-chemisch gemodificeerde polymeren, biologisch afbreekbare polymeren, oplosbare polymeren en polymeren zonder koolstof in hun chemische structuur, zijn uitdrukkelijk uitgesloten. Hoe aangetoond kan worden dat polymeren afbreekbaar of oplosbaar zijn, wordt gespecifieerd in de aanhangsels bij de restrictie.

 

Uitzonderingen

De restrictie geldt niet voor bepaalde sectoren die reeds onder sectorspecifieke regelgeving vallen, zoals geneesmiddelen, diergeneesmiddelen, EU-bemestingsproducten, levensmiddelen, diervoeders en diagnostische hulpmiddelen. Recent (op 2 juni 2026) werd een wijziging van de beperking gepubliceerd, nl. de Verordening (EU) 2026/1168, waarin enkele van deze uitzonderingen verder verduidelijkt worden. 

Voor synthetische polymeermicrodeeltjes die uitsluitend voor gebruik op industrielocaties bestemd zijn, is er een uitzondering van toepassing. 

Tot slot geldt de restrictie ook niet voor het op de markt brengen van SPM, als zodanig of in mengsels, wanneer ze aan één van de volgende kenmerken voldoen:

  • de SPM zijn met technische middelen ingesloten zodat het vrijkomen ervan in het milieu tijdens het beoogde eindgebruik wordt voorkomen, vb. ionenwisselaars die gebruikt worden in de waterzuivering, in luiers en incontinentiemateriaal, …; 
  • de fysische eigenschappen van de SPM worden tijdens het beoogde eindgebruik permanent zodanig gewijzigd dat het polymeer niet langer onder het toepassingsgebied van de restrictie valt, vb. wanneer SPM’s worden gebruikt om een coating- of filmlaag te vormen;
  • SPM die tijdens het beoogde eindgebruik permanent in een vaste matrix worden opgenomen, vb. gebruik van SPM in beton of verf. Met de recente wijziging van de verordening werd verder verduidelijkt dat deze uitzondering vanaf 22 juni 2028 enkel geldt wanneer het beoogde eindgebruik één jaar of langer duurt.

Voor de toepassingen die onder de uitzonderingen vallen worden er wel specifieke informatie- en rapporteringsverplichtingen ingevoerd. De rapporteringsplicht rust in principe op de fabrikant of importeur die het product voor het eerst op de Europese markt brengt.

 

Uitzonderingen voor gebruik van SPM op industrielocaties

Onder de uitzondering voor industrieel gebruik vallen onder meer de volgende toepassingen:

  • kunststofpellets, -poeders of -flakes als grondstof in kunststofproductie, bijvoorbeeld PET-, PVC- of polystyreendeeltjes die verder worden verwerkt in een industrieel productieproces
  • polymeerdeeltjes in industriële coatings of technische formuleringen, bijvoorbeeld voor textuur, slijtvastheid of specifieke technische eigenschappen;
  • abrasieve kunststofdeeltjes voor oppervlaktebehandeling zoals kunststof straal – of polijstmedia.

Het in de handel brengen van deze SPM wordt niet verboden. Voor dergelijke toepassingen gelden echter wel specifieke informatie- en rapporteringsverplichtingen. Zo moet jaarlijks worden gerapporteerd over de hoeveelheid SPM die in het milieu terechtkomt. Daarnaast moeten zowel fabrikanten van SPM als industriële downstreamgebruikers die SPM in hun productieprocessen gebruiken, per site de geschatte verliezen van het voorgaande kalenderjaar rapporteren. Deze informatie moet elk jaar uiterlijk op 31 mei aan het Europees Agentschap voor chemische stoffen (ECHA) worden gerapporteerd, te beginnen vanaf:

  • 2026 voor fabrikanten en industriële downstreamgebruikers die pellets, vlokken en poeders als grondstof voor de productie van kunststoffen op industriële locaties hanteren; 
  • 2027 voor alle andere fabrikanten en industriële downstreamgebruikers die SPM’s op industriële locaties gebruiken

Hoewel Verordening (EU) 2025/2365 voorziet in de ontwikkeling van een gestandaardiseerde methode voor de berekening van dergelijke verliezen, is deze methode momenteel nog niet beschikbaar. Ondernemingen waarvoor de eerste rapporteringsdeadline reeds van toepassing was, konden hier dan ook nog geen gebruik van maken. Om hen hierbij te ondersteunen, publiceerde Plastics Europe in december 2025 een richtsnoer met een methodiek voor de raming van pelletverliezen.

 

Informatieplicht

Naast de rapporteringsverplichtingen bevat de restrictie ten slotte ook diverse informatieverplichtingen. Leveranciers van SPM die onder een uitzondering vallen, moeten afnemers informeren over het veilige gebruik, de correcte verwijdering en de maatregelen die nodig zijn om emissies naar het milieu te voorkomen. Afhankelijk van de toepassing kunnen daarnaast bijkomende etiketterings- en informatievereisten gelden.

 

Meer informatie

Dit overzicht focust op de voor ondernemingen meest relevante verplichtingen uit beide verordeningen. De regelgeving bevat daarnaast nog diverse aanvullende bepalingen, onder meer inzake vrijstellingen, toepassingsgebied, certificering, informatieverplichtingen en handhaving.

Voor ondernemingen die kunststofgranulaat produceren, verwerken, opslaan of vervoeren, is het aangewezen om tijdig de impact van deze regelgeving in kaart te brengen en na te gaan welke maatregelen nodig zijn om aan de nieuwe verplichtingen te voldoen.

Heeft u vragen over de toepassing van deze regelgeving binnen uw organisatie? Onze consultants helpen u graag bij het beoordelen van de impact en het uitwerken van een passende aanpak.

EXTRA HULP OF INFO NODIG?

De Consultes-experts staan steeds voor u klaar om u en uw onderneming gepast advies te verlenen over zowel milieu-, energie-, preventie- of duurzaamheidsgerelateerde vraagstukken. Contacteer ons via onderstaande contactgegevens.

Tag
Milieu
Eline Decaluwe
Eline Decaluwé
Senior milieuconsultant
Alle consultes experten

inschrijven nieuwsflits

vul hieronder uw e-mailadres in om maandelijks op de hoogte te blijven van het laatste nieuws op vlak van milieu en preventie.

Ik heb de privacy verklaring gelezen en goedgekeurd.