Nieuws

PFAS: een stand van zaken

12/05/2022

Het voorbije jaar sloegen de nieuwsberichten rond PFAS ons om de oren. Deze nieuwsflits geeft een overzicht van de meest recente ontwikkelingen en een antwoord op de belangrijkste vragen waar o.a. milieucoördinatoren en preventieadviseurs op dit moment mee geconfronteerd worden.

 

TER OPFRISSING: WAT ZIJN PFAS EN HOE KOMEN ZE IN HET MILIEU TERECHT?

PFAS staat voor poly- en perfluoralkylstoffen en is een verzamelnaam voor meer dan 6.000 chemische stoffen die bestaan uit een koolstofketen en fluorverbindingen. De bekendste PFAS zijn PFOS (perfluor-octaansulfonzuur) en PFOA (perfluoroctaanzuur). Het zijn producten die niet van nature in het milieu voorkomen.

 

PFAS zijn bestand tegen hoge temperaturen en zijn water-, vuil- en vetafstotend. Omwille van deze specifieke eigenschappen worden ze reeds decennialang gebruikt in allerlei industriële processen en alledaagse consumentenproducten. De belangrijkste toepassingen zijn:

  • Textielveredeling: bv. waterbestendige kledij en schoenen
  • Galvanisatie: PFOS werd/wordt gebruikt in chromeerbaden om de blootstelling aan chroom(VI) voor medewerkers te verminderen
  • Papierverwerking: om voedselverpakkingen (bv. broodzakken of pizzadozen) afstotend te maken
  • Kookgerei: als antiaanbaklaag in pannen (Teflon)
  • Cosmetica: bv. waterafstotende zonnecrèmes
  • Huishoudproducten: zoals schoonmaakmiddelen, verf of smeermiddelen
  • Brandblusschuimen: deze toepassing wordt verder in deze nieuwsflits uitgebreid besproken

 

De verspreiding van PFAS in het milieu loopt dus enerzijds via bovenstaande toepassingen, anderzijds uiteraard via de productiesites waar PFAS werden of worden geproduceerd (in Vlaanderen is dit 3M in Zwijndrecht en Chemours in Mechelen), maar ook via stortplaatsen, waterzuiverings- en afvalverbrandingsinstallaties waar PFAS-houdende materialen verwerkt worden.

 

PFAS worden ‘forever chemicals’ genoemd, gezien hun persistente eigenschappen breken ze namelijk moeilijk af en kunnen ze verschillende jaren in het leefmilieu aanwezig blijven.

bron: https://www.grondbank.be/kenniscentrum/nieuws/aantal-te-analyseren-stalen-op-pfas/

HOE WORDEN RISICOLOCATIES DOOR DE OVERHEID IN KAART GEBRACHT?

Een inventarisatie van mogelijke locaties met een verhoogde kans op PFAS verontreiniging werd uitgevoerd/is in uitvoering door OVAM in samenwerking met het Departement Omgeving, de lokale besturen en het Netwerk Brandweer. Dit o.a. op basis van de VLAREBO databank, de milieuvergunningen en de lijst van terreinen met een historische brandweeractiviteit (hevige branden of oefenzones).

 

Dit resulteerde in een online kaart met voorlopig een 800-tal afgebakende risicosites. Dit betreft zowel sites waar reeds verkennende bodemonderzoeken uitgevoerd werden, als sites waar dit nog opgestart dient te worden.

 

De risicosites worden op de kaart ingedeeld in drie zones:

  • Rode zones: onderzochte locaties waar no regret-maatregelen gelden, dit zijn voorzorgsmaatregelen zoals een verbod op het eten van eieren van eigen kippen of het gebruik van compost samengesteld met materiaal uit de eigen tuin
  • Gele zones: locaties met een lopend of gepland onderzoek waar tijdelijke no regret-maatregelen uit voorzorg gelden in afwachting van verdere resultaten

Groene zones: niet-verontreinigde locaties waar de no regret-maatregelen zijn afgeschaft

WANNEER PFAS TE ONDERZOEKEN ALS VERDACHTE PARAMETER?

Vanaf 19 april 2022 is de nieuwe OVAM richtlijn PFAS-onderzoek van toepassing. Deze richtlijn bevat een tabel (pagina 9 - 10) waarin per risico-activiteit de kans op het vrijkomen van PFAS in het milieu (naar grond, grondwater, waterbodem en lucht) ingeschat wordt als ‘groot’ of als ‘beperkt’.

 

  • Voor locaties met een ‘grote’ kans op het vrijkomen van PFAS in het leefmilieu dient PFAS steeds als verdachte stofgroep beschouwd te worden in een oriënterend bodemonderzoek (OBO) of technisch verslag (in het kader van grondverzet)
  • Voor locaties met een ‘beperkte’ kans dient de erkende bodemsaneringsdeskundige te evalueren en te onderbouwen of PFAS al dan niet als verdachte stofgroep beschouwd wordt in het OBO of technisch verslag

Bij een technisch verslag op een terrein of waterloop grenzend aan een locatie met een ‘grote’ kans op het vrijkomen van PFAS, dient er eveneens een evaluatie en motivatie uitgevoerd te worden door de erkende bodemsaneringsdeskundige om PFAS al dan niet als verdachte stofgroep op te nemen

 

WELK TOETSINGSKADER DIENT GEHANTEERD TE WORDEN?

Hieronder wordt, per milieucompartiment, beschreven welke toetsingswaarden gebruikt kunnen worden bij het beoordelen van PFAS verontreinigingen. Dit betreft voorlopige waarden aangezien het wetenschappelijk onderzoek over perfluorverbindingen nog volop in evolutie is.

 

Bodem

Voor het vaste deel van de aarde werd onderstaand voorstel voor bodemsaneringsnormen voor PFOS en PFOA uitgewerkt door VITO in opdracht van de OVAM (toetsingskader van toepassing sinds 19 april 2022).

 

 

Grondverzet

Voor PFAS-houdende bodemmaterialen werden volgende toepassingswaarden voorgesteld door VITO (in opdracht van de OVAM):

  • Een richtwaarde/waarde vrij gebruik van 3 μg/kg droge stof voor PFOS en 3 μg/kg droge stof voor PFOA
  • Een richtwaarde/waarde vrij gebruik van 8 μg/kg droge stof voor de som van de PFAS

 

Grondwater

Als voorstel voor de bodemsaneringsnorm voor grondwater geldt de Europese limiet voor drinkwater (EU Richtlijn 2020/2184), namelijk:

  • 0,1 µg/L voor de som van 20 PFAS (‘20 EU DWRL’ – zie toetsingskader)
  • 0,5 µg/L voor de som van alle PFAS (‘som totaal PFAS’)

 

Bemalingswater

In het tweede tussentijdse rapport van de PFAS-opdrachthouder van de Vlaamse regering werd onderstaand voorstel voor een tijdelijk handelingskader voor bemalingswater uitgewerkt.

  • Retour van bemalingswater wordt standaard toegelaten indien voldaan is aan de volgende voorwaarden:
    • De retour gebeurt in dezelfde watervoerende laag
    • De som van totale concentratie voor 20 geselecteerde PFAS-stoffen is lager dan 0,1 µg/L
    • De som van de kwantitatieve componenten is lager dan 0,5 µg/L

Retour van bemalingswater dat niet voldoet aan deze voorwaarden kan enkel in het volgende geval:

 

    • De retour gebeurt in dezelfde watervoerende laag
    • De retour blijft binnen de grenzen van de betrokken ingedeelde inrichting of activiteit en binnen de afpompingskegel van de bemaling
    • De som van de kwantitatieve componenten (inclusief PFOS en PFOA) is lager dan 0,5 µg/L

 

  • Voor de lozing van bemalingswater gelden volgende uitgangspunten:
    • De huidige rapportagegrens van 100 ng/L per stof (zie paragraaf bedrijfsafvalwater)
    • Een groepsnorm voor PFAS van 500 ng/L

 

Bedrijfsafvalwater

De jaargemiddelde milieukwaliteitsnorm voor oppervlaktewater voor PFOS bedraagt volgens VLAREM II 0,00065 µg/L voor zoetwater en 0,00013 µg/L voor overgangswater/zout water. Voor andere PFAS bevat VLAREM II momenteel geen milieukwaliteitsnormen.

De huidige lozingsnorm (indelingscriterium) voor PFOS is gelijk aan de rapportagegrens, namelijk 100 ng/L. In de nabije toekomst zal deze rapportagegrens verlaagd worden naar 20 ng/L.

Meerdere bedrijven verkregen in het verleden, via bijzondere voorwaarden, lozingsnormen voor stoffen binnen de PFAS familie. Ambtshalve heeft de overheid al meerdere van deze toegekende voorwaarden herzien.

PFOS is op dit moment nog opgenomen binnen de sectorale lozingsnormen voor textiel waardoor veel bedrijven binnen deze sector nog 10 µg/L PFOS mogen lozen. In de nabije toekomst zullen deze sectorale voorwaarden komen te vervallen waardoor diverse textielbedrijven binnen een bepaalde periode een individuele lozingsnorm voor PFOS en bij uitbreiding ook andere stoffen binnen PFAS zullen moeten aanvragen.

Het is als bedrijf zeker noodzakelijk om na te gaan of er stoffen van de PFAS familie voorkomen in het bedrijfsafvalwater.

Indien PFAS aanwezig is, wordt best een oefening opgestart om te achterhalen waar de PFAS vandaan komt.

Mocht in het verleden een perfluorverbinding gebruikt zijn, dan is de kans groot dat dit nog terug te vinden is in leidingen of slib. Jaren na het gebruik kunnen deze stoffen nog gedetecteerd worden, tenzij er grondige reinigingswerken in het verleden werden uitgevoerd.

 

Lucht

Voor PFAS metingen in de lucht bestaat er op dit moment geen wettelijk kader, noch een gezondheidskundig toetsingskader. Ook de meetmethoden voor de verspreiding van PFAS via lucht en rookgassen zijn nog in volle ontwikkeling.

In de zomer van 2021 werden luchtmetingen uitgevoerd door VMM en VITO in de omgeving van 3M en de Oosterweelwerf. In het rapport van deze studie werd volgend tijdelijk toetsingskader voorgesteld voor de som van vier PFAS componenten in zwevend stof:

 

  • Concentratie in zwevend stof: 0,4 – 2,2 ng/m³ voor de som van PFOS, PFOA, PFNA (perfluornonaanzuur) en PFHxS (perfluorhexaansulfonzuur)

 

Deze tijdelijke toetsingsnormen worden gebruikt in de vergunningsvoorwaarden van de aannemers die actief zijn bij de Oosterweelwerken. De jaargemiddelde advieswaarde van 0,4 ng/m³ wordt gebruikt ter hoogte van bewoning en ter bescherming van de buurtbewoners en de 2,2 ng/m³ in de onmiddellijke nabijheid van de werf ter bescherming van de werknemers.

 

WAT MET PFAS IN BLUSSCHUIM?

Het is verplicht voldoende blusmiddelen beschikbaar te hebben in bedrijfsgebouwen om eventuele branden snel te kunnen blussen. Welke blusmiddelen best voorzien worden, hangt o.a. af van de brandklasse van de brandbare materialen. Vele van de schuimblusmiddelen bevatten echter PFAS-verbindingen. Deze verbindingen zijn immers water- en vetafstotend en hittebestendig. Fluorhoudend blusschuim kan zich daardoor zeer snel verdelen en legt als het ware een film over het brandend oppervlak. Op deze manier neemt het de zuurstof en de verdamping weg en zorgt het voor koeling. Het is dus een ideaal middel om een vloeistofbrand snel onder controle te krijgen. Of toch niet?

 

Gezien de gekende milieu- en gezondheidsimpact werd het gebruik van blusschuim met PFOS in 2011 reeds verboden door de Europese wetgever (en dus ook in België). Als oplossing werd door constructeurs het PFOA-schuim ontworpen. Maar ook dit schuim valt onder de PFAS-verbindingen. In 2017 werd PFOA opgenomen in de lijst van zeer zorgwekkende stoffen binnen de REACH-verordening, waardoor de PFOA-schuimen sinds 4 juli 2020 in Europa niet meer geproduceerd of in de handel gebracht mogen worden. In 2020 werd PFOA bovendien opgenomen in de lijst van verboden stoffen, wat een verbod op het gebruik van PFOA-houdend blusschuim inhoudt.

 

Er is echter wel een uitfasering voorzien. Het gebruik van PFOA-houdend blusschuim dat al aanwezig is in vaste of mobiele installaties (dus ook in brandblussers) is toegestaan tot en met 4 juli 2025 onder de volgende voorwaarden:

  • Enkel toepassing voor vloeistofbranden (klasse B)
  • Geen toepassing voor opleidingsdoeleinden
  • Geen toepassing voor testdoeleinden, tenzij alle vrijgekomen stoffen volledig kunnen worden opgevangen (dit veronderstelt een vloeistofdichte bodem of put, zodat er geen vermenging met het grondwater mogelijk is)

 

Maar.. vanaf 1 juli 2023 wordt het gebruik van PFOA-houdend blusschuim ook verboden voor het blussen van vloeistofbranden als niet alle vrijgekomen stoffen kunnen worden opgevangen. Voor het gebruik van een mobiel brandblusapparaat in een gebouw met een verhard oppervlak vormt dit dus niet meteen een probleem. Voor bedrijven met schuimblusinstallaties gelegen nabij waterlopen (bv. in havengebied) kan dit echter wel een belangrijke impact hebben.

 

bron: https://www.saval.be/nieuws/aangescherpte-eu-regelgeving-pfas-in-blusschuim/

 

Wat nu?

Constructeurs van blusmiddelen bieden verschillende alternatieven aan, zoals:

  • Blusschuim met C6-verbindingen: dit is een PFAS-houdend schuim dat tot nu toe wel nog toegestaan is. Aangezien Europa momenteel aan een totaalverbod op alle PFAS-verbindingen in toepassingen zoals blusschuim werkt, is het echter mogelijk dat ook deze blussers binnenkort aan een uitfasering onderworpen zullen worden
  • PFAS-vrij schuim: dit zijn schuimen zonder fluorhoudende verbindingen. Deze zijn momenteel reeds verkrijgbaar en hebben een levensduur van 20 jaar, maar zijn wel duurder in aankoop

 

Voor bedrijven met schuimblusmiddelen (zowel vast als mobiel) is het dus zeker aangeraden om contact op te nemen met de leverancier om te bekijken of bovenstaande restricties van toepassing zijn, m.a.w. of er blusmiddelen met PFOA-houdend blusschuim aanwezig zijn. Indien dit zo is, kan er best overlegd worden met de leverancier wat de mogelijke alternatieven zijn en hoe het PFOA-houdend schuim kan verwijderd worden (dit schuim zal conform VLAREMA moeten afgevoerd en verwerkt worden). Voor bedrijven met vaste schuimblusinstallaties is het aangeraden om info in te winnen bij zowel de leverancier van de blusinstallatie en het schuim, als bij de brandweer. Kortom, zorg dat je goed geïnformeerd bent, alvorens grote investeringen te doen.

 

TER INFO         door de Vlaamse Regering werd een overkoepelende webpagina opgericht met alle relevante documentatie over de PFAS problematiek

Tag
Milieu
Jolijn Boumon
Jolijn Boumon
Milieuconsultant
Alle consultes experten

inschrijven nieuwsflits

vul hieronder uw e-mailadres in om maandelijks op de hoogte te blijven van het laatste nieuws op vlak van milieu en preventie.

Ik heb de privacy verklaring gelezen en goedgekeurd.