Nieuws

Milieu, preventie en energie-weetjes

19/08/2026

Bij Consultes kunnen wij u helpen met al uw vragen met betrekking tot milieu, preventie en energie.

Milieu is echter meer dan bodem, water en luchtvervuiling, preventie is meer dan voorkomen van brand en ongelukken en energie is meer dan het plaatsen van zonnepanelen en opvolgen van energieverbruiken.

Deze weetjes nieuwsflits is een combinatie van enkele minder voor de hand liggende onderwerpen die niet uitgebreid worden opgenomen in onze driemaandelijkse wetgevingsnieuwsflits. Omwille van een aankomende deadline, een grote wijziging het afgelopen jaar of de algemene relevantie zijn ze de moeite om te vermelden.

In deze weetjes nieuwsflits worden de volgende onderwerpen besproken:

  • Verpakkingen
  • Stedenbouw en ruimtelijke ordening
  • Best beschikbare technieken
  • Dierenwelzijn
  • Energie 
  • Financiële steunen 

 

Verpakkingen

Het concept van verpakkingsverantwoordelijke bestaat al in België sinds de oprichting van het IVC (interregionaal verpakkingscommissie) in 1997. De eerste deadline van verplichtingen conform de PPWR brengen echter enkele veranderingen mee voor de verpakkingsaangifte van het werkjaar 2026. Om u zo goed mogelijk voor te bereiden op deze verpakkingsaangifte geven we een overzicht van wat wel en wat niet wijzigt voor de aangifte.

Wat wijzigt niet?

Valipac premies: 

In 2025 werden de jaarlijkse premies afgeschaft voor de containers die meer dan 1000 liter bevatten. Ook is er toen een wijziging aangebracht aan de jaarlijkse premie voor de 660 en de 990 liter containers. In het werkjaar 2026 zijn er geen verdere wijzigingen aan deze premies zodoende gelden onderstaande premies ook nog voor het werkjaar 2026. 

Tarieven voor het werkjaar 2026: 

In zijn Nieuwsbrief heeft Valipac meegedeeld dat de tarieven voor 2026 niet wijzigingen ten opzichte van 2025. Vanaf 2027 zullen de tarieven vermoedelijk wel wijzigingen. Hieronder zijn de geldende tarieven voor de verpakkingsaangifte van het werkjaar 2026 weergegeven: 

De bonus voor gerecycleerd materiaal in verpakkingen blijft op € 100/ton gerecycleerd materiaal. Deze bonus kan enkel gebruikt worden voor verpakkingen die voor minstens 30% uit post-consumerrecyclaat bestaan.

Wat wijzigt wel? 

Extra kosten

Als gevolg van de extra administratieve last die Valipac en Fostplus zullen ondervinden als gevolg van de inwerkingtreding van de PPWR wordt er door beide bedrijven een jaarlijkse premie van 175 euro/registratie aangerekend. Deze kost komt bovenop de kost van de financieringsbijdrage (minimaal 50 euro) die berekend wordt op basis van de aangegeven hoeveelheden bedrijfsmatige verpakkingen. 

Bijkomende administratieve verplichtingen: 

Conform de PPWR (Packaging and packaging waste regulation 2025/40), is de entiteit die verpakkingen voor het eerst op de markt beschikbaar maakt in een Europese lidstaat de verpakkingsverantwoordelijke in deze lidstaat voor deze verpakking. De wijziging van deze definitie heeft in België voornamelijk invloed op de verpakkingsaangifte van de bedrijfsmatige verpakkingen. Gezien deze wijzigingen de administratieve last van de bedrijven vergroot biedt Valipac aan hun klanten de mogelijkheid om te blijven rapporteren zoals dit in de vorige werkjaren gebeurde. Indien u van deze mogelijkheid gebruik wenst te maken moet u uw leveranciers van verpakkingen en verpakte productencontacteren en moet u aan hen meedelen dat u hun uitgebreide producentenverantwoordelijkheid (UPV) voor de Belgische markt op u neemt.

Indien u ervoor kiest om niet de verpakkingsverantwoordelijkheid van uw leverancier over te nemen moet u jaarlijks een lijst van uw buitenlandse leveranciers doorsturen naar Valipac met daarin de naam, het identificatienummer en het land. U moet in dit geval ook steeds de nodige informatie bezorgen aan uw buitenlandse leveranciers om aan de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid te kunnen voldoen. Het is in dit geval belangrijk dat u periodiek controleert of uw leveranciers geregistreerd zijn in het producentenregister. Indien u verpakkingen op de markt brengt van niet geregistreerde leveranciers, brengt u illegale verpakkingen op de Belgische markt. Deze nieuwe werkwijze is enkel geldig voor verpakkingen vanaf 12/08/2026. 

Naar aanleiding van de inwerkingtreding van PPWR is ook besloten om de minimumdrempel van 300 kg te schrappen. Indien u specifieke vragen heeft over de bijkomende administratieve lasten aarzel dan zeker niet om Consultes te contacteren. 

Voor meer informatie over de exacte wijzigingen wordt verwezen naar de webinar van Valipac over de nieuwe definitie van producent

Voorbereiden op de design voor recycling regels

Conform artikel 6 van de PPWR mogen vanaf 2030 enkel nog verpakkingen op de Europese markt worden gebracht die een bepaalde graad van recycleerbaarheid halen. Hoewel de exacte berekeningsregels voor de recycleerbaarheidsgraden nog niet gekend zijn hebben Valipac en Fostplus samen met andere uitgebreide producentenverantwoordelijkheidsvertegenwoordigers een document gepubliceerd met enkele algemene richtlijnen voor het verbeteren van de recycleerbaarheid van uw verpakkingen. De richtlijnen in dit document zijn gebaseerd op de CEN-standaarden (European Committee for Standardization) die ook door de Europese commissie in overweging moeten genomen worden voor het ontwerp van de berekeningsregels.  

Hieronder overlopen we de belangrijkste ontwerpregels die in het achterhoofd moeten gehouden worden voor het ontwikkelen van recycleerbare verpakkingen: 

  • Hou de materialen van de verschillende onderdelen van de verpakking in het achterhoofd. Denk na over hoe deze onderdelen kunnen worden gescheiden van elkaar en controleer of het mogelijk/nodig is om deze onderdelen aan de hand van de courante recyclage praktijken te scheiden.  Hou hierbij rekening dat het gebruik van monomaterialen voor alle onderdelen van de verpakking niet altijd het beste is. In sommige gevallen kan het kiezen voor verschillende materialen voor bepaalde onderdelen ertoe leiden dat de eindverpakking beter recycleerbaar is. 
  • Controleer of de gebruikte materialen compatibel zijn met de courante recyclage technieken. Bestaan er stromen om dit materiaal efficiënt te recycleren? 
  • Let op het gebruik van verpakkingen die het optisch sorteren moeilijk maken;
  • Minimaliseer het gebruik van kleur, inkten, coatings, barrières en adhesives. Let in het specifiek op met de kleurstof carbon black. 

Voor meer specifieke informatie over de ontwerpregels en praktische voorbeelden wordt verwezen naar het no regrets playbook van Fostplus en Valipac. 

 

Stedenbouw en ruimtelijke ordening

Bij de opstart van een nieuwe activiteit moet worden nagegaan of een vergunnings- of meldingsplicht van toepassing is. Niemand mag namelijk zonder voorafgaande omgevingsvergunning of aktename van een project exploiteren, verkavelen of veranderingen uitvoeren (omgevingsvergunningsdecreet art. 6).

Een vergunningsplicht is van toepassing voor;

  1. het uitvoeren van stedenbouwkundige handelingen als vermeld in artikel 4.2.1. van de VCRO;
  2. het verkavelen van gronden als vermeld in artikel 4.2.15 van de VCRO;
  3. de exploitatie van een ingedeelde inrichting of activiteit van 1ste  of 2de klasse (DABM en VLAREM II);
  4. vergunningsplichtige kleinhandelsactiviteiten (decreet van 15 juli betreffende het integraal handelsvestigingsbeleid);
  5. vergunningsplichtige wijzigingen van de vegetatie (decreet van 21 oktober 1997 betreffende het natuurbehoud en het natuurlijk milieu).

Een meldingsplicht is van toepassing voor: 

  1. het uitvoeren van stedenbouwkundige handelingen vermeld in artikel 4.2.2 en artikel 4.2.4. van de VCRO;
  2. de exploitatie van de ingedeelde inrichting of activiteiten van de 3de klasse (DABM en VLAREM II)

Onder stedenbouwkundige handelingen zoals opgenomen in het VCRO (Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening) vallen naast het bouwen, verbouwen en herbouwen van gebouwen onder andere ook:

  • het plaatsen, afbreken, herbouwen of uitbreiden van constructies;
    • Een constructie is een gebouw, een bouwwerk, een vaste inrichting, een verharding, al dan niet bestaande uit duurzame materialen, in de grond ingebouwd, aan de grond bevestigd of op de grond steunend omwille van de stabiliteit, en bestemd om ter plaatse te blijven staan of liggen, ook al kan het goed uit elkaar genomen worden, verplaatst worden, of is het goed volledig ondergronds.
  • het vellen van grote bomen en het ontbossen;
    • grote bomen zijn bomen die op één meter hoogte een stamomtrek hebben van één meter of meer.
  • het aanmerkelijk wijzigen van het reliëf van de bodem;
    • Onder wijzigen van het reliëf vallen onder meer het aanvullen, ophogen, uitgraven of uitdiepen van de bodem waarbij de aard en/of de functie van het terrein wijzigt.
  • het gebruiken van een grond als opslag of parking;
  • het plaatsen of aanbrengen van een publiciteitsinrichting;

Met bovenstaande lijst is duidelijk dat voor diverse projecten een omgevingsvergunning nodig is, echter volstaat het in sommige gevallen om een melding uit te voeren of is er een vrijstelling mogelijk. Om deze uitzonderingen te verduidelijken zijn ze opgenomen in een meldingsbesluit en een vrijstellingenbesluit. Sinds 1 maart 2026 zijn deze besluiten grondig gewijzigd voor meer duidelijkheid en uniformiteit. Er vindt namelijk een verschuiving plaats tussen projecten die vroeger vergunningsplichtig, meldingsplichtig of vrijgesteld waren. Naast de wijziging aan de besluiten werd ook een Besluit met limitatieve lijst van handelingen gepubliceerd waarvoor de gemeenten een vergunningsplicht kan invoeren via gemeentelijke stedenbouwkundige verordening. Via een verordening kan een meldingsplichtige of vrijgestelde handeling toch vergunningsplichtig zijn. Let wel op: het omgekeerde is niet toegestaan, een vergunningsplicht kan niet vervangen worden door meldingsplicht of vrijstelling!

De wijzigingen kunnen worden samengevat in volgend schema (bron: omgeving.vlaanderen.be):

Het is niet toegestaan om zomaar op eender welke locatie te bouwen en activiteiten uit te voeren. Verplichtingen met betrekking tot de ruimtelijke ordening worden geregeld door het Vlaamse beleid in ruimtelijke plannen. In die plannen wordt vastgelegd hoe de openbare ruimte moet worden ingevuld. 

De oudste van toepassing zijnde ruimtelijke plannen zijn de gewestplannen (goedgekeurd tussen 1976 en 1980). Het Vlaamse gewest, de gemeenten en de provincies kunnen structuurplannen en bestemmingsplannen opmaken die deze oude plannen vervangen.

Bij de aanvang van een nieuw project met een omgevingsvergunningsaanvraag moet in de aanvraag een omgevingscheck worden toegevoegd om onder ander aan te tonen dat aan de vele ruimtelijke plannen wordt voldaan.

Beste Beschikbare Technieken

Beste beschikbare technieken (BBT) zijn technieken die, in vergelijking met alle gelijkaardige technieken, het beste scoren op milieugebied en betaalbaar zijn en technisch uitvoerbaar zijn (VLAREM II artikel 1.1.2. Definities Beste Beschikbare Technieken).

BESTE: het meest doeltreffend voor het bereiken van een hoog niveau van bescherming van het milieu in zijn geheel.

BESCHIKBARE: op zodanige schaal ontwikkeld dat de technieken onder economisch en technisch haalbare omstandigheden kunnen worden toegepast in de betrokken industriële context.

TECHNIEK: zowel de toegepaste technieken als de manier waarop de installatie wordt ontworpen, gebouwd, onderhouden, geëxploiteerd en ontmanteld.

De algemene, sectorale en bijzondere vergunningsvoorwaarden opgenomen in VLAREM II en in milieu- of omgevingsvergunningen worden in Vlaanderen gebaseerd op de BBT.

Vlaamse BBT studies gaan van algemene sectoren zoals beton, gieterijen, tankstations,… naar specifieke installaties zoals stookinstallaties, oppervlaktebehandeling van metalen en kunststoffen,…

De meest recente verschenen studies zijn:

  • Behandeling van asbesthoudende grond en puin (april 2025)
  • Voorkomen en beperken van kunststofgranulaatverliezen (augustus 2025)

Vlaamse BBT studies in opmaak:

  • Addendum boerderijcompostering
  • Voorkoming en beperking van amalgaamhoudend afvalwater bij tandartspraktijken (studie onhold – draft beschikbaar)
  • Ondergrondse mestopslag
  • Fumigatiemiddelen
  • Emissiegrenswaarden voor zeer zorgwekkende stoffen
  • Schrootverwerking en sloperij (in herziening)

De Europese Richtlijn inzake industriële Emissies (RIE) verplicht de lidstaten om grote milieuvervuilende bedrijven met industriële installaties met een mogelijk grote impact op het milieu te reguleren via een vergunning gebaseerd op de beste beschikbare technieken. 

In het kader van de RIE worden op Europees niveau BBT-referentiedocumenten (BREFs) opgesteld. Deze BREFs geven aan wat de BBT zijn voor bepaalde activiteiten en welke milieuprestaties met deze BBT haalbaar zijn.

Een belangrijk onderdeel van de BREFs zijn de BBT-conclusies. Deze vormen onder de RIE de referentie voor het vaststellen van vergunningsvoorwaarden voor GPBV-installaties in Europa. In Vlaanderen worden de aldus vastgestelde vergunningsvoorwaarden opgelegd via titel III van het VLAREM of via de omgevingsvergunning. Na de publicatie van de BBT-conclusies voorziet de RIE in een periode van 4 jaar om te voldoen aan de bepalingen uit deze BBT-conclusies.

De meest recente verschenen BBT-conclusies en hun deadlines voor bestaande installaties zijn:

  • Afvalbehandeling (WT) 17/08/2018;
    • opgenomen in VLAREM III onder 3.14;
    • deadline 17/08/2022;
  • Afvalverbranding (WI) 03/12/2019;
    • opgenomen in VLAREM III onder 3.16;
    • deadline 03/12/2023;
  • Voeding (FDM) 04/12/2019(Rectificatie 13/12/2024);
    • opgenomen in VLAREM III onder 3.15;
    • deadline 04/12/2023;
  • Oppervlaktebehandeling met organische oplosmiddelen (STS) 09/12/2020;
    • opgenomen in VLAREM III onder 3.17;
    • deadline 09/12/2024;
  • Stookinstallaties (LCP) 30/12/2021(Rectificatie 10/07/2025);
    • opgenomen in VLAREM III onder 3.12;
    • deadline 30/12/2025;
  • Ferrometaal (FMP) 04/11/2022;
    • opgenomen in VLAREM III onder 3.18;
    • deadline 04/11/2026;
  • Afgasbehandeling in de chemische sector (WGC) 12/12/2022;
    • opgenomen in VLAREM III onder 3.19;
    • deadline 12/12/2026;
  • Textiel (TXT) 20/12/2022;
    • opgenomen in VLAREM III onder 3.20;
    • deadline 20/12/2026;
  • Slachthuizen en dierlijke nevenproducten (SA) 18/12/2023;
    • opgenomen in VLAREM III onder 3.21;
    • deadline 18/12/2027;
  • Gieterijen (SF) 06/12/2024;
    • moet nog worden opgenomen in VLAREM III; 
    • deadline 06/12/2028

De ‘RIE 2.0’ (wijziging 2024/1785/EU) voegt onder meer een aantal nieuwe activiteiten toe aan het toepassingsgebied zoals batterijproductie, ontginning van metaalertsen en afvalstortplaatsen. 

Voor veeteelt wordt een apart systeem met eenvormige voorwaarden voor uitvoeringsregels voorzien, als alternatief voor een BREF met BBT-conclusies.

Andere BREF’s in opmaak of herziening zijn: anorganische bulkchemicaliën, stortplaatsen, productie van batterijen, ontginning van ertsen, oppervlaktebehandeling van metalen en kunststoffen en de keramische industrie.

Bijkomende informatie en bronnen

Dierenwelzijn

In VLAREM II staan voorwaarden voor:

  • het houden van dieren (dierentuin, kinderboerderij, opvangcentra, dierenasiel,…) (hoofdstuk 5.9);
  • het kweken/fokken van dieren (hoofdstuk 5.9);
  • het slachten van dieren (hoofdstuk 5.45);
  • het cremeren en begraven van dieren (subafdeling 5.2.3bis3. en afdeling 5.2.7.)

Deze activiteiten hebben voornamelijk effect op de milieuaspecten geluid, water en geur/lucht. De beschreven voorwaarden hebben betrekking tot o.a. de ligging en constructievoorwaarden van de stallen, de opslagplaatsen van mest, de voorkoming van geurhinder en stofhinder, de algemene hygiëne, de voorkoming van afvalwater of (grond- en oppervlakte-)water verontreiniging, de installatie van geluidsisolatie,….

Naast de milieuwetgeving opgenomen in VLAREM zijn er met betrekking tot het welzijn van de dieren diverse regelgevingen. De dierenwelzijnswet is van toepassing sinds augustus 1986, deze wet werd op 17 mei 2024 grotendeels vervangen door de nieuwe Vlaamse Codex Dierenwelzijn. De vele wetgeving rond dierenwelzijn wordt samengevat weergegeven op de website Dierenwelzijn | Vlaanderen.be

 

Energie

E-credits: 

E‑credits, of energie‑eenheden, zijn een omzetting van volumes hernieuwbare energie die gebruikt worden om te voldoen aan de verplichte jaardoelstellingen rond het aandeel hernieuwbare energie in de vervoersector. Dit systeem werd in 2024 in België ingevoerd, in het kader van de bredere Europese doelstelling die bepaalt dat het aandeel hernieuwbare energie in de transportsector tegen 2030 minstens 14% moet bedragen. Door deze omzetting naar eenheden worden ze ook verhandelbaar.

Deze eenheden worden verkregen door een volume hernieuwbare energie aan te geven, samen met de nodige gegevens in het “register voor hernieuwbare energie in transport”, dat ontwikkeld werd door de FOD Economie. Dit register wordt in eerste instantie gebruikt door oliemaatschappijen en leveranciers van gasvormige motorbrandstoffen, die hun volumes biobrandstoffen aangeven om energie‑eenheden te verkrijgen en zo te voldoen aan hun verplichtingen.

Een exploitant van infrastructuur voor het leveren van elektrische energie kan zich vrijwillig registreren in het systeem. Wanneer de exploitant energie‑eenheden wil verhandelen, is deze registratie echter verplicht. De handel in deze eenheden gebeurt niet via het register zelf, maar buiten het platform. Het systeem onderscheidt drie types laadpunten: publieke, semipublieke en private laadpunten, waarbij voor private installaties een minimumvermogen van 50 kW op één locatie vereist is en particuliere laadpunten uitgesloten zijn.

Om toegang te krijgen tot het register moet een exploitant op één locatie beschikken over een totaal laadvermogen van minstens 50 kW. Enkel laadpunten die door een organisatie worden uitgebaat komen in aanmerking, particuliere installaties zijn uitgesloten.

De berekening van energie-eenheden hangt af van het type hernieuwbare brandstof, en gebeurt per type anders waarbij telkens een omzetting naar gigajoule (GJ) wordt gemaakt.

De prijs van een energie‑eenheid wordt niet vastgelegd door de overheid, maar komt tot stand op de markt. Ze wordt bepaald door vraag en aanbod en kan dus variëren. Dit betekent dat energie‑eenheden ook een bijkomende financiële opbrengst kunnen vormen en zo een extra stimulans zijn om te investeren in hernieuwbare energie en laadinfrastructuur.

PV-verplichting

Op 17 februari 2023 werd aan de hand van een besluit van de Vlaamse regering de PV-verplichting opgenomen in het energiebesluit van 2010. Hierin werd vastgelegd dat deze verplichting van toepassing is op alle bedrijven die een jaarlijks energieverbruik hebben van > 1GWh. Voor bedrijven waarbij deze drempel al in het werkjaar 2021 of 2022 werd overschreden gelden onderstaande verplichtingen en deadlines: 

  • Installatie van 12,5 Wp/m² dakoppervlakte tegen 01/04/2026; 
  • Installatie van 18,75 Wp/m² dakoppervlakte tegen 2030; 
  • Installatie van 25 Wp/m² dakoppervlakte tegen 2035. 

De deadline voor het behalen van de verplichtingen staat 4 jaar na het eerste overschrijden van de drempelwaarde van 1 GWh/jaar. Voor bedrijven die pas vanaf 2023 een overschrijding hebben betekend dit dat pas vanaf 01/04/2027 moet worden voorzien in een installatie van 12,5 Wp/m² dakoppervlakte. Indien u echter pas in 2026 een overschrijding van de drempelwaarde hebt moet u direct voldoen aan de verplichtingen die gelden vanaf 2030. Voor meer informatie over de trapsgewijze implementatie van de PV verplichting kan u de website van de Vlaamse overheid raadplegen. Als bedrijf bent u verplicht om zelf jaarlijks de evaluatie te doen van uw energieverbruik en te controleren of u onder de PV-verplichting valt.

Sinds de publicatie van deze wetgeving in 2023 zijn er al verschillende aanpassingen gepubliceerd aan de manier waarop u kan voldoen aan de PV-verplichting. Hieronder is een samenvattend overzicht opgenomen van beschikbare manieren om aan de PV-verplichting te voldoen.

 
Zonnepanelen en alternatieve technologie die in aanmerking kunnen komen voor de verplichting. 

In essentie is het eenvoudig. Indien de zonnepanelen liggen op een terreinen of gebouwen die aangesloten zijn op het EAN afname punt waarop de PV-verplichting van toepassing is en deze panelen bedoeld zijn om aan deze PV-verplichting te voldoen, dan mogen ook zonnepanelen die voor 1 januari 2023 in dienst werden genomen in rekening worden gebracht voor de berekening van het geïnstalleerd vermogen.  Andere zonnepanelen en alternatieve technologieën kunnen enkel in rekening worden gebracht voor de berekening van het geïnstalleerd vermogen als ze na 1 januari 2023 in dienst werden genomen.

Bovenvermelde zonnepanelen mogen zich bevinden op daken, gevels van gebouwen, op de grond, drijvend op wateroppervlakken of als overkoepelende PV in agrarisch gebied. De zonnepanelen hoeven niet noodzakelijk geïnstalleerd te zijn op de site waarop aan de PV-verplichting moet worden voldaan. In onderstaande gevallen mogen de zonnepanelen ook in rekening worden gebracht voor de berekening van het voldoen aan de PV-verplichting (let op dit geldt enkel voor zonnepanelen die na 1 januari 2023 in dienst werden genomen): 

  • Op een andere eigen site (niet noodzakelijk aangesloten op het afnamepunt dat de drempel voor de PV-verplichting overschrijd).
  • Op een andere site (niet noodzakelijk eigen site) indien de zonnepanelen stroom leveren aan een directe lijn aangesloten op het afnamepunt dat onder de verplichting valt. 
  • Op de site van een vennootschap of rechtspersoon die verbonden is met de eigenaar, erfpachter of opstalhouder van de gebouwen die aangesloten zijn op het afnamepunt dat onder de verplichting valt. 

Volgende alternatieve technologieën kunnen ook in aanmerking komen om te voldoen aan de PV-verplichting (let op dit geldt enkel indien ze na 1 januari 2023 in dienst werden genomen): 

  • Windturbine
  • WKK-installatie op biomassa of biogas (excl. biomethaan); 
  • Warmtepomp voor het deel van de hernieuwbaar geproduceerde energie; 
  • Fotovoltaïsch-thermische installatie;
  • Geconcentreerde zonnethermie-installatie
 
Participatie in een hernieuwbaar energie project. 

Om te voldoen aan de PV-verplichting kan ook worden verwezen naar een participatie in een hernieuwbaar energieproject. Hierbij is het echter wel belangrijk dat de overeenkomst van de participatie in het bezit is van de eigenaar, erfpachter of opstalhouder die moet voldoen aan de PV-verplichting.  De projecten die hierboven reeds werden vermeld kunnen dus ook in de vorm van een participatieproject tellen voor het voldoen aan de PV-verplichting. Aan het participeren in zo een project zijn er wel enkele belangrijke voorwaarden

  • Het project moet duidelijk omschreven zijn (voor meer informatie over de basiskenmerken wordt verwezen naar de handleiding bij de PV-verplichting); 
  • Het volledige bedrag moet uitbetaald zijn voor de datum van de eerste verplichting voor de eigenaar; 
  • Er moet steeds aan de gestelde voorwaarden van het participatieproject worden voldaan

Het deelnemen aan een participatie moet steeds gemeld worden aan VEKA, dit kan aan de hand van het toepasselijke webformulier

 
Boetes voor het niet voldoen aan de PV-verplichting. 

Let op sinds april 2026 zijn er ook boetes verbonden aan het niet voldoen aan de PV -verplichting. Deze boetes bedragen 400 euro per kilowatpiek vermogen dat ontbreekt op het moment dat moest worden voldaan aan de verplichting. 

 
Aanvraag van uitstel op de PV-verplichting.

Indien je als bedrijf moet voldoen aan de PV-verplichting maar hier nog niet aan kan voldoen zijn er een beperkt aantal redenen die kunnen gebruikt worden om uitstel aan te vragen. Het is wel belangrijk om te noteren dat dit uitstel geen afstel is. Op de uitsteldatum moet het bedrijf voldoen aan de PV-verplichting. Hieronder is een overzicht te vinden van de laatst beschikbare lijst met de geldige redenen voor de aanvraag van uitstel: 

  • U bent bezig met het vervangen van het dak, waardoor geen zonnepanelen op dit dak kunnen worden geplaatst; 
  • U bent bezig met de sloop en de heropbouw van een gebouw waarop zonnepanelen zullen komen om aan de PV-verplichting te voldoen; 
  • U bent bezig met het slopen van de gebouwen op de site zonder heropbouw;
  • Het gebouw gelegen in het afnamepunt dat moet voldoen aan de PV-verplichting wordt overgedragen naar een nieuwe eigenaar
  • Faillissement of gerechtelijke reorganisatie
  • Er is een beroepsprocedure lopende bij de raad voor vergunningenbetwistingen gelinkt aan de installatie van een technologie om te voldoen aan de PV-verplichting. 
  • Uitstel in combinatie met een daling van de afname

Uitstel op de PV-verplichting moet steeds aangevraagd worden aan de hand van de webformulieren die beschikbaar zijn op de site van de Vlaamse overheid.

Energiestudie/ Energie audit/ Energiebalans- update nodig?

In 2023 werd de verplichting tot het uitvoeren van een energiebalans of energieaudit voor bedrijven met een bepaald finaal energiegebruik ingevoerd.

Bedrijven met een finaal energieverbruik tussen 0,02 PJ/jaar en 0,05 PJ/jaar moesten tegen 1 april 2023 een energiebalans opstellen, waarin zowel het energieverbruiksprofiel als de energiestromen in kaart worden gebracht.

Ondernemingen met een finaal energieverbruik tussen 0,05 PJ/jaar en 0,1 PJ/jaar werden verplicht om, eveneens tegen 1 april 2023, te beschikken over een geldig energieaudit. Deze verplichting gold ook voor bedrijven die voldoen aan de criteria ‘grote onderneming’.

Bedrijven die energie-intensief zijn, zijn verplicht te beschikken over een energieplan, met alle daar bijkomende verplichtingen. 

Beslissingsboom energiebalans of energieaudit bron: www.vlaanderen.be

 

Uitzondering: voor gebouwen of delen van gebouwen met een niet-residentiële functie die beschikken over een geldig EPC NR, vervalt de verplichting om een energieaudit of energieplan op te maken.

Belangrijk voor eind 2026, begin 2027 en verder. Bedrijven die vanaf het begin van de verplichting moesten beschikken over een energiebalans of een energieaudit komen aan het einde van de 4-jaarlijkse cyclus. Beiden hebben een geldigheidsduur van 4 jaar. Voor het verstrijken van de cyclus dient de exploitant een geactualiseerde versie in de webapplicatie op te laden. De nieuwe versie vervangt de vorige.

De geactualiseerde energiebalans moet aangevuld worden met:

  • een overzicht van de uitvoering van de no-regret maatregelen met de vermelding van hun effecten op het vlak van energie- en CO2-besparing
  • een geactualiseerd uitvoeringsplan conform de geactualiseerde no-regretmaatregelenlijst.

De geüpdatet energieaudit dient aangevuld te worden met:

  • een overzicht van de uitvoering van de maatregelen uit de vorige energieaudit onderneming met de vermelding van hun effecten op het vlak van energie- en CO2-besparing
  • een lijst met eventuele wijzigingen aan de vorige energieaudit onderneming.

Er dient voor de audit niet opnieuw van nul te beginnen. Ongewijzigde gegevens, die al opgenomen zijn in een vorige energieaudit en niet verandert zijn, hoeven ook niet herhaald te worden. Een verwijzing naar waar deze gegevens, in de vorige versie staan volstaat.

 

Financiële steunen

Om te voldoen aan de diverse milieuverplichtingen zijn vaak grote investeringen nodig. Zowel vanuit Europa als vanuit Vlaanderen zijn er diverse subsidies beschikbaar om bedrijven te ondersteunen in de transitie naar een duurzame economie.

 

Subsidies vanuit Europa. 

Het Horizon Europe programma is een essentieel onderdeel binnen Europa voor het financieren van onderzoek en innovatie in het kader van klimaatsverandering, de duurzaamheidsdoelen van de Verenigde Naties en de competitiviteit van de Europese economie aan de pakken. Dit programma is geldig tot 2027, maar er is al sprake om dit programma verder uit te breiden voor de periode van 2028 – 2034. 

Deze financiële steunmaatregelen zijn beschikbaar voor alle leden van de Europese unie en kunnen geraadpleegd worden op de site van het EU Funding & Tenders portal. Op deze site is het mogelijk om te selecteren per periode, per programma, per call of per indieningsstatus. 

Voor het plannen van grote investeringen is het dus zeker aangeraden om deze site in de gaten te houden gezien er periodiek ook nieuwe calls worden geopend. Één voorbeeld van zo een nieuwe call was in het kader van de Industrial Clean deal. In het kader van deze call is er zo een 450 miljoen euro vrijgemaakt om onderzoek te stimuleren in de sectoren van de schone technologie en de energie intensieve industrie.

 

Subsidies beschikbaar in Vlaanderen. 

Voor een overzicht naar de beschikbare subsidies in Vlaanderen moeten we doorverwijzen naar de site van VLAIO ( Vlaams agentschap voor innoveren en ondernemen). Op deze site is een overzicht te vinden van alle mogelijke subsidies binnen Vlaanderen. Aan de hand van thema’s zoals duurzaam ondernemen en innoveren kan u subsidies vinden die eventueel voor uw bedrijf van toepassing zijn om de overgang naar een koolstofarme economie te bevorderen. 

EXTRA HULP OF INFO NODIG?

De Consultes-experts staan steeds voor u klaar om u en uw onderneming gepast advies te verlenen over zowel milieu-, energie-, preventie- of duurzaamheidsgerelateerde vraagstukken. Contacteer ons via onderstaande contactgegevens.

Tag
Milieu
Energie
Preventie
Jolien Wermersche
Jolien Wermersche
Milieuconsultant
Alle consultes experten

inschrijven nieuwsflits

vul hieronder uw e-mailadres in om maandelijks op de hoogte te blijven van het laatste nieuws op vlak van milieu en preventie.

Ik heb de privacy verklaring gelezen en goedgekeurd.